Beer op de weg

Het is april 2009.

 

Ongeveer een jaar terug hebben we besloten om weer voor een lange(re) periode op reis te gaan. In '98/'99 zijn Yvonne en ik al een keer 1.5 jaar op pad geweest. We hebben toen een flink aantal landen bezocht waaronder Amerika en Canada. 

In 2006 kochten we een Toyota Landcruiser. Een oude stoere Rode Kruis ambulance die was omgebouwd tot mini-campertje. Aangeschaft met als ultiem doel nog eens terug richting de USA te gaan maar nu dan met onze eigen, goed geprepareerde auto zodat we echt het asfalt af konden en door ruigere delen zouden kunnen reizen. Alaska was een van de bestemmingen waar we al langer van droomden.

Na een goede voorbereiding rijden we de wagen naar Zeebrugge om hem op een vrachtschip naar Baltimore te zetten. Zelf vliegen we 10 dagen later die kant op en na het nodige papierwerk pikken we de auto weer in de haven op.

Het is het begin van een onvergetelijke reis. Vanwege het weer en ook vanwege onze grote liefde voor het zuidwesten met al de fantastische Canyons en Red-rocks trekken we eerst richting Utah, Arizona & Colorado. Een enorme omweg als je naar Alaska wilt maar wie heeft er nu haast als je een jaar de tijd hebt.

Met onze Landcruiser, ons huis voor de komende tijd, kunnen we (bijna) overal komen. We rijden dan ook heel veel binnendoor via de 'Plains' in het centrum naar de Red-rocks van het zuidwesten.

In het hooggebergte van de Rockies in Colorado gaan we op zoek naar oude mijngebieden uit de tijd van de Goldrush. Vervallen gebouwen en ingestorte mijngangen tonen de fotogenieke restanten van de run op rijkdom die hier zo'n 150-170 jaar terug in Pike's peak country  heerste. Men zegt weleens dat er geen historie bestaat in de USA en inderdaad is hier niet een verleden zoals wij dat hier in Europa kennen. We kijken hier in de USA zelden honderden, duizenden of zelfs meer jaren terug maar de tijd van de verschillende goudkoortsen, 'het wilde westen' met roemruchte figuren als Billy the Kid en Buffalo Bill, ze zijn allemaal waarheid en er zijn nog steeds zeer zichtbare herinneringen te vinden aan deze fascinerende tijd.

We tippen de westkust aan ter hoogte van Los Angeles en volgen vandaar min of meer de kustlijn richting Canadese grens.

 

Vanaf de grensovergang  Washington / Canada is Alaska is nog steeds heel erg ver weg. Veel Amerikanen die wonen in ‘the lower 48 states’ komen hun hele leven niet in Alaska omdat het zo ver weg van alles is. Britisch Columbia (BC) in Canada is enorm groot en ook het uitgestrekte Yukon territories moet je nog door voor je Alaska in kunt rijden.

Alaska zelf is gigantisch en by far de grootste staat. In z'n eentje zo groot als de helft van alle 'lower 48' staten bij elkaar. Niet alleen de staat is, geografisch, groot maar echt alles is er enorm.

 

Een bekend spreekwoord hier is: 'In Alaska you can saddle a mosquito'

De reguliere manier om er te komen is dus door Britisch Columbia en Yukon territories via de Alaska Hwy. Maar BC grenst in het westen ook nog aan een heel klein ‘sliertje’ Alaska. En precies dat kleine ‘sliertje’, de peninsula Alaska, gaan wij als eerste bezoeken.

 

In 1998 zijn we hier ook geweest om de vissende beren van Hyder te bekijken. Hyder, een vreemd en minuscuul gehucht op dit schiereiland Alaska, ligt tegen het kleine Canadese dorpje Stewart aan. Van het asfalt van Canada rijd je de onverharde en doodlopende weg naar Hyder. Een gehucht dat aangewezen is op het gezondheidssysteem van Canada, elektriciteit krijgt vanuit Canada, Canadese dollars als betaalmiddel kent en de enige Amerikaanse plaats is met Canadese telefoonnummers. Met net geen 100 inwoners doet het de naam van de staat Alaska, “the Last frontier’ wel eer aan.

Accommodatie is er dan niet (nu wel overigens), eigenlijk is er helemaal niets behalve een kroeg en enkele zonderlinge types die gekozen hebben hier te wonen.

Wij rijden dan ook 3 dagen heen en terug tussen de camping van Stewart en Fishcreek in Hyder en elke dag moeten we op de terugweg een heuse grenspost passeren.  Enkelzijdig want Amerika heeft er hier geen. De Canadese douanier daarentegen is erg plichtsgetrouw en ondanks dat we behoorlijk herkenbaar zijn in onze blauwe Landcruiser vraagt hij iedere keer weer of we iets hebben aan te geven.  Wat hij precies hoopt te vinden blijft een raadsel want er is, zoals gezegd, echt helemaal niets te vinden in Hyder en de doodlopende  weg. Wellicht denkt hij dat we een Grizzlybeer of iets anders wilds Canada in zouden kunnen smokkelen.

Hoe dan ook, het is duidelijk dat deze douanier ooit iets heel vreselijks moet hebben gedaan. Zonder dat wordt hier niemand naar toe gestuurd, denken we.

De weg loopt na Hyder nog een stukje door en eindigt tenslotte 24 km verderop in het niets. ‘Niets’ dekt de lading totaal niet overigens. Het landschap is van adembenemende schoonheid en de onverharde en erg beroerde weg loopt uiteindelijk dood tegen een uitloper van de Salmon glacier.

Zo ver gaan en kunnen wij echter niet, want de weg is letterlijk weg. Tijdens het noodweer van een week of wat eerder is er een stuk van zo’n 50 meter dirt-road compleet verzwolgen door de kolkende rivier.

 

Waar wij voor komen zijn de beren. Even buiten Hyder stroomt een minuscuul riviertje genaamd ‘Fish creek’. Het is hier waar iedere augustus en september duizenden zalmen arriveren om op hun geboortegronden kuit te schieten en vervolgens te sterven. 

Voor de beren een feestmaal dat ruim twee maanden duurt. De uitgeputte vissen hebben soms duizenden kilometers afgelegd om hier hun kuit te deponeren en zijn een gemakkelijke prooi voor zowel zwarte als grizzlyberen.

 

Voor fotografen eveneens een jaarlijks feest. De omgeving is zonder wildlife al overweldigend, met vissende beren, roofvogels, bevers, etc. is het echt een ongelofelijke ervaring om hier te zijn en te fotograferen.

Aangekomen bij de creek zijn we eerst wel wat teleurgesteld. Er is een soort van viewing platform/ boardwalk van enkele honderden meters gebouwd langs het riviertje. Op veilige hoogte zo lijkt het en enkel via een ingang naast een klein rangerkantoortje te bereiken. Toen we hier in ’98 waren liepen de toeristen en de beren gewoon over de onverharde weg. Alles door elkaar heen en ik herinner me nog de zenuwachtige rangers die er een oogje in het zeil probeerden te houden. Hun grootste angst was niet de beren zo vertelde een ranger ons maar voornamelijk de Aziatische toeristen die gewapend met hun spuitbusjes berenspray de dolste dingen deden voor een foto.

In dat opzicht is deze ‘catwalk’ dan wel te begrijpen en het blijkt ook zeker van meerwaarde voor de fotograaf te zijn. Nu kan je een veel groter deel van Fishcreek bestrijken en ook veilig fotograferen. Ook hebben we vandaar een mooi uitzicht over een ander, turquoise gekleurd,  watertje. Dit blijkt eveneens zeer de moeite waard, we zien er bevers en een beer die lekker aan het badderen is.

Op een bepaalde plek in het riviertje staat zo weinig water dat de soms tientallen zalmen eerder aan het ploegen over de bodem zijn in plaats van aan het zwemmen. De beren rennen vrolijk heen en weer en hebben de vissen bijna voor het oprapen. Hebben ze er eentje dan nemen ze er meestal maar één hap uit, de kuit is de lekkernij en dus laten ze de rest, nog half levend creperen op zoek naar weer een nieuwe prooi. 

Soms, als de stroom zalmen even wat minder is, wordt het vangen iets moeilijker en op die momenten wordt duidelijk dat er ook onder beren slimme en minder slimme vissers zijn.

Op een avond is er een beer die lang en tevergeefs achter de sporadische zalmen aanrent. Het stuntelige gedrag van het beest is wat lachwekkend en toeschouwers beginnen zelfs te roepen naar de beer en lachen hem eigenlijk uit. Opmerkelijk genoeg ontgaat dit toeschouwersgedrag de beer niet en hij lijkt zich op een zeker moment meer met ons op de boardwalk dan met de zalmen bezig te gaan houden . 

Het is alsof hij zich echt realiseert dat hij wordt uitgelachen vanwege zijn onhandige viskwaliteiten.

 

Hij ‘ijsbeert’ heen en weer onder het plankier waarop wij lopen en duikt dan links, dan weer rechts op. Zijn uitdrukking wordt steeds bozer en agressiever. Het levert weliswaar mooie plaatjes op maar ik vind die blik toch wat angstaanjagend. Wat een geluk dat wij hoog en veilig staan!

Het plankier is zo’n 3 meter boven de grond gebouwd en heeft een stevige houten balustrade langs de zijkanten. 

Op een bepaald moment zijn de meeste mensen vertrokken en zo is het eigenlijk ook met het licht. Het is al half donker en ik sta nog wat laatste foto's te maken als plots, ik zal die angstkreet denk ik nooit meer vergeten, een hysterisch gegil klinkt. Ik kijk naar de plek en daar hangt, met de klauwen in het hout, ‘Bruintje’ aan de buitenkant van de balustrade. Kennelijk is hij zo geïrriteerd geraakt dat hij een uitval naar toeschouwers heeft gedaan. Voordat ik van de schrik bekomen ben en mijn camera zou hebben kunnen richten laat hij zich weer vallen en verdwijnt snel in het struikgewas.

Het schiet door mij, en ik denk door iedereen, heen wat er gebeurd zou zijn als de beer zich verder had opgetrokken en op de boardwalk terecht was gekomen. Gelukkig is dat niet het geval maar de schrik zit er flink in bij iedereen en de nog overgebleven mensen lopen vrijwel direct terug naar de uitgang. Ook wij pakken ons boeltje en lopen die kant op. Daar gekomen ben ik vervolgens weer verbaasd, we sluiten aan in een rij wachtende mensen.

De reden wordt al snel duidelijk. Aan de andere kant van het hek loopt daar tussen de auto’s door onze ‘Bruintje’ weer. Nog steeds lijkt hij niet erg ‘amused’ en animo om naar de auto’s te gaan is er nog bij niemand.

Ik heb geen idee meer hoelang we daar staan maar op een zeker moment komt er een auto van National Parkservice aanrijden. Deze ranger komt als geroepen en erg angstig is hij gelukkig niet. Hij stapt uit, schreeuwt wat naar de beer, loopt op hem af, klapt in de handen en met enkele ‘fuck-offs’ van de ranger maakt het dier zich uit de voeten.

 

Vervolgens komt hij naar het hek en zegt dat we allemaal rustig naar buiten kunnen komen en vooral ook rustig naar de auto moeten lopen. Zo gezegd, zo gedaan en eenmaal in de wagen voelen we de spanning wegebben.

Nog eenmaal vertellen we de 'verbannen' douanier dat we niets hebben aan te geven en rijden we de volgende dag, gewapend met fraaie beelden (vooral op het netvlies) verder naar het noorden.

Achteraf heb ik nog weleens teruggedacht aan het moment dat die beer aan het houtwerk hing. Wat zou er gebeurd zijn als hij tussen de mensen op het plankier was geklommen. Had ik dan de foto van mijn leven kunnen maken?? Of zou het misschien wel de laatste foto zijn geweest die ik in mijn leven had kunnen maken?

Mijn conclusie is dat dit de foto in mijn leven was die ik niet had WILLEN maken.

Maar toch Alaska... Wat een waanzinnige ervaring en wat een fantastisch gebied !!

Voor nog meer beelden van deze fantastische staat kun je hier kijken.

  • Facebook Classic
  • LinkedIn App Icon

© 2012 - TODAY by Charles Borsboom, Delft, The Netherlands   |  +31 6 524 774 35